Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Ontwikkeld in Eigen Keuken: ‘Wij in de Wei’ van Loes van der Wel

Bij iHub geloven we in de kracht van onze mensen. Van de dagelijkse praktijk tot diepgaand onderzoek, onze experts hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. In de serie 'Ontwikkeld in eigen keuken' zetten we deze vakkennis in de schijnwerpers en laten we zien dat het bij iHub borrelt van de ideeën, en hoe deze binnen onze organisatie de ruimte krijgen om te groeien tot innovatieve methodieken.

Loes van der Wel, met ruim 30 jaar ervaring in het speciaal onderwijs, gelooft dat kinderen pas tot leren komen wanneer ze zich veilig voelen. Als kindercoach en consulent seksuele gezondheid zocht ze naar een effectieve manier om de sociale dynamiek van klassen in kaart te brengen, die beter werkte dan de traditionele sociogrammen. ‘De vragen waren te onduidelijk, de antwoorden onbetrouwbaar,’ stelt Loes. Dit leidde tot de ontwikkeling van haar eigen instrument: Wij in de Wei.

Wij in de weiWij in de wei

Loes, ook werkzaam als leerkracht op Schats School Noord, is altijd bezig met groepsdynamica, en nam in haar klassen jaarlijks een sociogram af. Een vragenlijst waarbij leerlingen antwoordt gaven op de vraag: met wie speel je? Met wie werk je samen? Daaruit volgden scores die inzicht gaven in de relaties tussen kinderen onderling. Loes dacht echter dat het beter moest kunnen, en zocht naar verdieping. ‘De onduidelijke vragen leidden tot onbetrouwbare antwoorden.’ Loes besefte: om een beeld te krijgen van de verhoudingen in de groep moest ze met alle leerlingen in gesprek. Om dit op een zo speelse en anonieme manier te kunnen doen, ontstond Wij in de Wei.

Daarnaast was een belangrijke motivatie voor de verdere ontwikkeling van Wij in de Wei een gesprek met een oud-leerling, die jaren later vertelde over seksueel misbruik tijdens haar basisschooltijd. Op de vraag aan die leerling wat de school had kunnen doen om hier helpend in te zijn, antwoordde ze dat het fijn zou zijn als er expliciet gevraagd kon worden naar geheimen, zorgen en gevaarsbelevingen. Dat benadrukte voor Loes de noodzaak om kinderen een veilige manier te bieden om over 'niet-leuke geheimen' te kunnen praten.

Hoe werkt het?

Wij in de Wei bestaat uit een groen bord (de wei) en verschillende plastic figuren: witte, rode en groene schapen, herders, een vos en een stal. Het gebruik begint met een individueel gesprek van ongeveer 20 minuten per kind. Loes begint met de vraag: "Waar zet jij jezelf neer?" De positie van het kind als schaap op het bord biedt al direct inzicht in hun positie in de klas. Daarna plaatsen de kinderen hier figuren bij die staan voor klasgenoten die ze als positief- en negatief ervaren, het klassenteam, vertrouwenspersonen, een geheim of een mogelijk gevaar binnen de school. Dit wordt gedaan met groene of rode schapen, vossen, herders en een stal.

De resultaten worden verwerkt in een verslag en besproken met het docententeam. Namen worden vervangen door nummers. De bevindingen worden in algemene termen en anoniem teruggekoppeld aan de klas, waarna de groep samen doelen formuleert om de sfeer te verbeteren. ‘Ik benoem wat mij opvalt. Wat zijn de leuke dingen in de klas? Wat is minder fijn? Na afloop maakt de klas samen één groot groen schaap. Daarop staan de positieve eigenschappen die door de leerlingen genoemd zijn tijdens de gesprekken, zoals: ‘kan je vertrouwen, of kan je goed luisteren?’ Door deze eigenschappen zichtbaar te maken, weet je als kind wat je moet laten zien om gewaardeerd te worden in de groep.

Loes merkte op dat de kinderen zich openden zodra ze met de schaapjes aan de slag gingen. Het gebruik van figuren in plaats van mensen creëert een veilige afstand. ‘Het is voor kinderen veel makkelijker praten als je het hebt over dieren in plaats van over mensen,’ zegt Loes. De leerlingen praten over zichzelf, thuis, zorgen en dingen waar ze blij van worden. Loes voegt er wel aan toe dat ze, voorafgaand aan de gesprekken, klassikaal het prentenboek "Sam en het niet leuk geheim", voorleest. Aan de hand daarvan legt ze de meldcode uit; als een leerling of een ander in gevaar is, moet dit gedeeld worden en wordt in overleg gekeken hoe het kind en eventueel ouders het beste geholpen kunnen worden. Het kind wordt altijd bij deze stappen betrokken.

Als kinderen zich gehoord en gezien voelen, levert dat altijd veel op.

Specialistische kennis

"Wat lijkt op simpel figuurtjes op een bord neerzetten, vraagt in werkelijkheid om specialistische kennis," benadrukt Loes. ‘Het lijkt op simpel de figuurtjes neer laten zetten op een bord, maar veel hangt af van het stellen van de juiste vragen en door kunnen vragen vanuit het gedachtengoed van verbindende communicatie. Het verslag maken vraagt vervolgens om kennis van data-analyse. Deze moeten zo eenduidig mogelijk worden geïnterpreteerd, zodat de invulling niet afhangt van de afnemer. Daarna volgt het gesprek met het docententeam en de klassenbespreking. Die bespreking moet veilig en duidelijk zijn. Bepaald gedrag accepteren we gewoonweg niet. Voor zo’n groep staan vraagt kennis van groepsdynamica.’ Tot slot volgt overleg met ouders en/of hulpverleners.

Het proces is ook nog eens best tijdsintensief. De tijd nodig voor de coachingsgesprekken -twintig minuten per leerling-, verslaglegging, het gesprek met het docententeam en de terugkoppeling in de klas tikt al snel aan. Gelukkig wordt deze tijd binnen Schats School Noord gefaciliteerd, mede dankzij de inzet van de schooldirecteur Kim Boom. Voor de instanties die hier niet door worden afgeschrikt, ontwikkelen Loes en haar mede-eigenaars collega's, Laura Kruif en Vanny Gorissen, een gedegen training voor andere professionals. ‘Dit gebeurt in samenwerking met onderzoekers. Wij zijn geen ondernemers, dus dit gaat langzaam,’ erkent Loes, ‘maar ik zie hoe waardevol dit instrument is voor de kinderen.’Er is momenteel een onderzoek gaande, in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut en universiteiten als de Radboud Universiteit en de Universiteit Leiden, om de effectiviteit van Wij in de Wei te onderbouwen. Loes hoopt dat formele erkenning de verdere verspreiding zal vergemakkelijken. ‘Het is niet magisch,’ zegt ze. ‘Maar als kinderen zich gehoord en gezien voelen, levert dat altijd veel op.’