Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Ontwikkeld in eigen keuken: de Behandel- en Onderwijsgroep

Bij iHub geloven we in de kracht van onze mensen. Van de dagelijkse praktijk tot diepgaand onderzoek, onze experts hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. In de serie 'Ontwikkeld in eigen keuken' zetten we deze vakkennis in de schijnwerpers en laten we zien dat het bij iHub borrelt van de ideeën, en hoe deze binnen onze organisatie de ruimte krijgen om te groeien tot innovatieve methodieken.

Deborah Brons is sinds de start in 2013 betrokken bij de ontwikkeling van de Behandel- en Onderwijsgroepen (BeO) van iHub. Ze begon als leerkracht en is sinds augustus 2025 coördinator van meerdere locaties in Rotterdam, Spijkenisse en Hellevoetsluis. In de koffiekamer van BeO-groep De Pauwen, verbonden aan Schats School Zuid – een school voor speciaal onderwijs (cluster 4) – vertelt ze hoe deze voorziening voor kleuters met complexe ontwikkelingsproblematiek is ontstaan.

“Vroeger bestond binnen iHub, toen nog Horizon, het medisch kinderdagverblijf (MKD). Daar kwamen kinderen met veel zorgvragen. Ze volgden een dagprogramma en gingen alleen korte dagdelen naar de kleuterklas. Het werd volledig vanuit de zorg georganiseerd, met allerlei disciplines onder één dak. Daar hing uiteindelijk een te groot prijskaartje aan.”

Na drie bezuinigingsrondes sloot de locatie. Tegelijk bleef de vraag bestaan naar een plek voor jonge kinderen die niet konden meedraaien in een reguliere kleuterklas. “Daar kwam ik in beeld”, vertelt Deborah, die toen werkte op de Gelinckschool in Spijkenisse. “Ik kreeg vanui iHub de vraag: wil jij iets neerzetten waarin zorg en onderwijs gedurende de hele dag geïntegreerd zijn?"

Samen met pedagogisch medewerkers vanuit het MKD ging ze aan de slag. “We hebben gekeken: wat moeten we behouden, zoals nabijheid, systeemgericht werken en intensieve begeleiding? En wat vraagt een onderwijsklimaat?” Zo ontstond de BeO als een herontwerp: één geïntegreerd dagprogramma, met onderwijs als perspectief, waarin expertise uit zorg en speciaal onderwijs wordt gecombineerd met orthopedagogische inzichten en kennis over trauma, hechting en prikkelverwerking.

Ans Wildeboer, directeur van BeO De Pauwen en het naastgelegen Schats School Zuid, sloot later aan en bood ruimte om de aanpak verder te ontwikkelen, terwijl Deborah en het team de inhoudelijke koers bewaakten. Vanuit de visie om kinderen zo dicht mogelijk bij hun leefomgeving te ondersteunen, werd de BeO verspreid over meerdere locaties in de regio. De lijnen met Schats School Zuid zijn daarbij nauw, onder meer via gezamenlijke afstemming over plaatsing en een warme overdracht bij doorstroom.

“Op de BeO komen kinderen die achterlopen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid en leren,” schetst Ans. “Ze stromen uit naar verschillende vormen van speciaal onderwijs. We zien veel trauma, complexe thuissituaties en problemen met emotieregulatie, prikkelverwerking en communicatie.”

Wat de kinderen met elkaar gemeen hebben, is dat ze dreigen thuis te komen zitten nadat ze zijn uitgevallen op hun vorige plek, zoals de peuterspeelzaal, een reguliere school of een kinderdagverblijf. De BeO helpt hen gedurende een schooljaar weer tot ontwikkeling en leren te komen. Deborah: “De kernvraag is steeds: wat is er nodig om tot leren te komen?”

De kernvraag is steeds: wat is er nodig om tot leren te komen?

Het antwoord begint bij veiligheid en nabijheid, zegt Ans. “We werken met kleine groepen van twaalf kinderen en staan met z’n drieën op een groep: een leerkracht en twee pedagogisch medewerkers. Door voortdurend af te stemmen en te reflecteren, houden we de dag voorspelbaar en veilig.” Deborah vult aan: “Zo kunnen we echt investeren in de relatie. Deze kinderen moeten eerst weer plezier krijgen in naar school gaan.”

Deborah & AnsDeborah & Ans


De aanpak kreeg in 2013 vorm in een kleine pilotgroep. “Toen hebben we met het team de basis gelegd voor wat wij ons klassenmanagement noemen,” vertelt Deborah. Alles is visueel, met pictogrammen, een kiesbord en een stoplicht. Waar mogelijk wordt de onderwijsbelasting gedurende het jaar opgebouwd. “In het begin duurt het kringmoment soms maar twee minuten. Aan het eind van het jaar lukt het soms om echte lesmomenten te doen. Maar dat lukt niet altijd. Sommige kinderen stromen door naar een plek met meer zorg, zoals een behandelgroep, dagbehandeling of een medisch kinderdagverblijf.”

De setting van de beide klassen is bewust schools, met tafels en stoelen zoals in een reguliere klas, zodat de overstap later kleiner wordt. Maar de daginvulling verschilt per groep. “De basis is hetzelfde, maar elk jaar hebben we een andere groep kinderen. Soms ben je maanden bezig met alleen structuur, in andere groepen ligt de nadruk meer op gedrag of taal. We kijken steeds opnieuw: wat hebben deze kinderen nodig?”

Ook buiten de klas zijn de lijnen kort. Als een kind dreigt vast te lopen, wordt binnen het multidisciplinair overleg gekeken wat nodig is, met onder meer een orthopedagoog, intern begeleider en schoolmaatschappelijk werk. Waar nodig wordt externe expertise, zoals logopedie of diagnostiek, ingeschakeld. Binnen de groep werken medewerkers traumasensitief en is er aandacht voor executieve functies, communicatie en leren in beweging.

Als ouders op een gegeven moment zeggen: het maakt niet uit welke school het wordt, als mijn kind maar gelukkig is en met plezier naar school gaat, dan weten we dat we iets hebben bereikt.

De BeO-aanpak vraagt ook iets van ouders. Zij worden vanaf het begin intensief betrokken via huisbezoeken, ouderbijeenkomsten en momenten in de klas. Omdat veel ouders negatieve ervaringen hebben met onderwijs en vaak onder hoge druk staan, werkt de BeO bewust aan herstel van vertrouwen en hebben ze één vast aanspreekpunt. “We vragen veel van ouders,” zegt Deborah. “Maar als we alleen tot aan de schooldeur werken, komen we niet ver.”

Na het jaar op de BeO stopt het contact niet. Het team houdt contact met de scholen waar kinderen naartoe uitstromen om te volgen hoe het gaat. Volgens Deborah blijken de meeste kinderen daar goed op hun plek te zitten.

Maar dat is niet de belangrijkste graadmeter voor succes, benadrukken Deborah en Ans. Het gaat vooral om de verandering in hoe ouders naar hun kind kijken. “Als ouders op een gegeven moment zeggen: het maakt niet uit welke school het wordt, als mijn kind maar gelukkig is en met plezier naar school gaat, dan weten we dat we iets hebben bereikt.”