Bij iHub geloven we in de kracht van onze mensen. Van de dagelijkse praktijk tot diepgaand onderzoek, onze experts hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. In de serie 'Ontwikkeld in eigen keuken' zetten we deze vakkennis in de schijnwerpers en laten we zien dat het bij iHub borrelt van de ideeën, en hoe deze binnen onze organisatie de ruimte krijgen om te groeien tot innovatieve methodieken.
Het is alweer vier jaar geleden dat Lisette Gastel van haar leidinggevende het verzoek kreeg om de training ‘Veilig Vakmanschap’ aan te passen naar de huidige tijd. “Dat is uiteindelijk een gigantisch project geworden”, aldus de ervaren jeugdzorgtrainster. Samen met collega’s verlegde ze de focus van fysiek ingrijpen naar relationeel en de-escalerend werken, een benadering die de naam Relationeel Vakmanschap kreeg. De enorme schaal zit hem vooral in de duurzame, organisatiebrede aanpak: in plaats van een eenmalige cursus is gekozen voor het train-de-trainerprincipe, met als doel de expertise naar de locaties zelf te brengen.
Met collega Bouke Spigt, die zijn roots heeft in het onderwijs, leidde Lisette inmiddels zo’n zestig iHub-medewerkers op tot gecertificeerde trainers in Relationeel Vakmanschap. Zij passen de methode inmiddels op hun eigen locatie toe, steeds afgestemd op de specifieke behoeften van hun team en doelgroep waarmee zij werken.
Ik blijf bij jou
Relationeel Vakmanschap gaat over de-escalerend werken. “Dat begint bij werken vanuit de relatie. Alle interventies die je doet, zijn gericht op wat er áchter het gedrag zit. En de boodschap naar het kind is: ik blijf bij jou. Even gechargeerd: hoe vervelend je ook doet, ik laat je niet alleen”, aldus Lisette.
Bij de totstandkoming van de nieuwe aanpak hebben Lisette en Bouke zich laten inspireren door psychotherapeut Erik Jongman, die bij School2Care al vroeg grote successen boekte met zijn werkwijze en hen nu ondersteunt als trainer Relationeel Vakmanschap. Hij gebruikt elementen uit de schematherapie om vaste patronen bij jongeren te doorbreken. De kern is dat veel van deze jongeren in hun verleden te maken hebben gehad met afwijzing, waardoor ze het lastig vinden om anderen te vertrouwen. Het is dus zaak om eerst de relatie te herstellen voordat het gedrag aan de beurt is. “Daarmee heeft hij de theoretische basis gelegd voor Relationeel Vakmanschap”, aldus Lisette.
"Dat begint bij werken vanuit de relatie. Alle interventies die je doet, zijn gericht op wat er áchter het gedrag zit. En de boodschap naar het kind is: ik blijf bij jou. Even gechargeerd: hoe vervelend je ook doet, ik laat je niet alleen." - Lisette Gastel
Vastpakken en vasthouden
Was fysiek ingrijpen in de oude methode Veilig Vakmanschap nog een fundamenteel onderdeel van de manier van werken, in Relationeel Vakmanschap komt dit alleen aan bod wanneer de veiligheid daadwerkelijk in het geding is. Daarbij is ook de terminologie aangepast: de term fysiek ingrijpen is vervangen door ‘vastpakken en vasthouden’, een benaming die binnen iHub organisatiebreed wordt gehanteerd en waarvoor binnen de training een apart dagdeel is ingericht, verzorgd door Petri Souverijn.Maar het aanpassen en zorgvuldig vastleggen van dit beleid had juridisch nog wat voeten in de aarde. “Ik ontdekte dat we beleidstechnisch binnen iHub een aantal dingen echt niet goed geregeld hadden. Dat wilde ik eerst op orde maken, samen met iHub-jurist Ellen van den Ouwelant. Mijn doel was simpel: deze training moet op alle vlakken, ook dat van wet- en regelgeving, volledig gedekt en verantwoord zijn.”
Onveilig of rete irritant?
Het beperken van fysieke interventies past bij de aangescherpte landelijke richtlijnen én bij de visie die Lisette en Bouke zelf uitdragen. “Veel jongeren zetten gedrag in als instrument, omdat ze nooit iets anders hebben geleerd of hebben ervaren dat dit gedrag hen helpt om bijvoorbeeld hun zin te krijgen of zich te onttrekken aan datgene wat eigenlijk aangepakt of aangeleerd moet worden. Met vastpakken en vasthouden leren ze dat niet af.”
In de praktijk merkt Bouke dat dit inzicht steeds breder wordt omarmd. Sommige locaties doen het volgens hem “fantastisch” wat betreft het afbouwen van de fysieke interventie. Bij andere gaat het nog stroef. “Maar juist op die plekken komt het gesprek tussen collega’s wél op gang. Daar gaat het voor het eerst over dingen als: waarom doen we dit eigenlijk? Wanneer komt veiligheid écht in het geding? Wanneer vinden we iets onveilig, en wanneer is het vooral gewoon rete irritant?”
Doorbreek het patroon
Hij haalt een voorbeeld aan. “Stel, een jongen moet de klas uit, maar wil niet. Als je de jongere vastpakt, ga je voorbij aan het werkelijke doel, namelijk het kind tot leren brengen. Door duidelijk te zeggen dat dit niet is hoe we met elkaar omgaan en daarna de les gewoon voort te zetten, doorbreek je patronen zonder dat het gedrag jouw hoofddoel wordt. Dat vraagt veel geduld. Niet elke leerkracht kan dat altijd, en dat is oké - het helpt als iemand kan aangeven dat het even niet lukte, zodat we ook kijken naar wat de situatie van de leerkracht vraagt.”
Dit laatste is belangrijk, zegt Lisette. “Werken in de jeugdzorg of het speciaal onderwijs gaat namelijk voor een groot deel over jóu als persoon: welk copingmechanisme zet jij zelf in, waardoor je bepaalde interventies juist wel of juist niet inzet?” Bouke vult haar aan: “Relationeel Vakmanschap is dus geen training die kant-en-klare antwoorden aanreikt. Die zijn er namelijk niet. Daarom is ons werk ook zo lastig: je doet het als mens.”
"Relationeel Vakmanschap is dus geen training die kant-en-klare antwoorden aanreikt. Die zijn er namelijk niet. Daarom is ons werk ook zo lastig: je doet het als mens." - Bouke Spigt
Zorg en onderwijs
Het voorbeeld van die jongen die de klas niet wil verlaten, had overigens net zo goed kunnen gaan over een meisje dat spullen kapot maakt in een woongroep. Relationeel Vakmanschap is namelijk van toepassing op zowel de zorg- als de onderwijslocaties van iHub. Van oudsher zijn dat twee werelden, die bij problemen vaak naar elkaar wijzen. Maar dat begint te veranderen.
“Precies daarom ben ik erbij gehaald, om de methode niet alleen in de zorg, maar ook binnen het onderwijs van iHub breed te laten landen”, zegt Bouke. Maar dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen zorg en onderwijs, vindt hij eigenlijk afleidend .“We denken te weinig vanuit het kind of de jongere. Voor hen maakt het niet uit of je pedagogisch medewerker, docent, conciërge of schooldirecteur bent. Iedereen die met hen werkt, ontmoet kinderen of jongeren die het zwaar hebben en zich daardoor niet altijd kunnen gedragen zoals ze zouden willen. Dát moet het uitgangspunt zijn.”
Die gedachte sluit aan bij een bredere ontwikkeling binnen iHub. Relationeel Vakmanschap staat niet op zichzelf, maar wordt steeds vaker verweven met andere pedagogische methodieken binnen het onderwijs, zoals Traumasensitief Onderwijs (TSO). Door deze benaderingen met elkaar te verbinden, werkt iHub toe naar een brede pedagogische aanpak, waarin relatie, veiligheid en leren niet los van elkaar worden gezien, maar elkaar juist versterken.
Lerend netwerk
De zestig trainers die Bouke samen met Lisette de werkwijze Relationeel Vakmanschap heeft bijgebracht, vormen nu binnen iHub een lerend netwerk dat drie keer per jaar bij elkaar komt om nieuwe ideeën met elkaar uit te wisselen en om hulp te vragen waar dat nodig is. Daarnaast dragen ze de opgedane kennis verder uit op hun eigen locaties.
Lisette ziet dat het nu al op verschillende locaties vruchten afwerpt. “De Bergse Veld School in Rotterdam vind ik daarvan een mooi voorbeeld. Daar is het gelukt om een cultuur van vastpakken en vasthouden om te buigen naar een aanpak waarin dit tot een minimum wordt beperkt. Als het toch een keer nodig is, gebeurt dat als een weloverwogen keuze, passend bij de afspraken van de locatie en het kind. Achteraf wordt dit geëvalueerd, zodat ervan wordt geleerd en het gebruik van vastpakken en vasthouden kritisch blijft worden besproken. En bij de Gelinck School Oostvoorne hebben ze inmiddels al twee derde minder incidenten. We wisten het al uit onderzoek. Maar nu zie je het ook in de praktijk: ontwikkeling ontstaat niet door het toepassen van macht en controle, maar door verbinding en vertrouwen. Als je wilt dat een kind leert, moet je bij hem of haar aansluiten.”