Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Samen verder: ’t Anker verandert met alle perspectieven - Deel 3

De ggz binnen ‘t Anker: ‘Stel het kind centraal, stop met categoriseren’

Na het kritische rapport van Jason Bhugwandass is er binnen de JeugdzorgPlus van de iHub-locatie ‘t Anker veel verbeterd. De instelling zet belangrijke stappen in de zorg voor jongeren met complexe problemen en voerde nieuwe standaarden rond vrijheidsbeperking door. Toch worden er, in lijn met landelijke plannen om de gesloten jeugdzorg af te bouwen, sinds 1 april geen nieuwe kinderen meer opgenomen. Wat hebben medewerkers geleerd? Waar lopen ze tegenaan? En hoe kijken ze naar de toekomst? Aan het woord in het laatste deel van een drieluik: klinisch psycholoog Rint de Jong en kinder- en jeugdpsychiater Tijs Jambroes over de samenwerking met de ggz.

Psycholoog Rint de Jong overwoog begin 2024 om vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie over te stappen naar de gesloten jeugdzorg. Waar voor hem het werk lag, wist hij nog niet precies. Toevallig verscheen in diezelfde periode het rapport van Jason Bhugwandass over de ZIKOS-afdelingen in de gesloten jeugdzorg, waaronder ‘t Anker, dat veel stof deed opwaaien.

"Er leefde bij mijn werkgever, jeugd-ggz-instelling Karakter, een verantwoordelijkheidsgevoel richting iHub", zegt Rint. "Karakter verwees immers vaak jongeren door naar ’t Anker, dat als een van de weinige plekken in Nederland deze complexe doelgroep kan opvangen. Daarom vroeg onze bestuurder of ik op basis van detachering bruggen wilde bouwen tussen de ggz - Karakter dus - en de gesloten jeugdzorg in Harreveld.”

Twee verschillende bloedgroepen
Zijn collega, kinder- en jeugdpsychiater Tijs Jambroes, is sinds 2023 werkzaam in Harreveld. Dat groeide uit van een dag per maand naar een dag per week. Volgens hem is het hoog tijd voor een betere samenwerking tussen de twee verschillende ‘bloedgroepen’ jeugdzorg en jeugd-ggz. “In 2008, toen de JeugdzorgPlus ontstond, zijn er wel nieuwe verbanden ontstaan. Maar op landelijk niveau is het niet gelukt om een effectieve samenwerking te krijgen. Ook vanwege wantrouwen naar elkaar. De jeugdzorg ziet de psychiatrie en psychologie als hooghartig. En in de psychiatrie denkt men over de jeugdzorg: ze snappen er niks van, ze doen maar wat.”

Toch zien beide mannen dat er binnen ‘t Anker in Harreveld een cultuurverandering ontstaat. Bij Rint begon dat met een andere manier van kijken naar de jongeren: “Ik vroeg me van tevoren af of het me wel zou lukken om contact met ze te maken, omdat ik ze natuurlijk niet kende. Maar toen ik hier kwam, dacht ik: dit zijn precies dezelfde jongens als bij ons in de crisiskliniek. Dus in hen zit het verschil niet. Wíj hebben ze gecategoriseerd, we noemen dit 'gedrag' en dat psychiatrie. Maar in de jongeren zelf kom je beide tegen.”

Psychiatrische blik

Om elkaar beter te begrijpen, helpt het volgens Rint dat hij bij ‘t Anker een vaste werkplek heeft - in plaats van zich op afstand met een behandeling te bemoeien. “Nu ik ondervind hoe men hier denkt en spreekt, ga ik een beetje begrijpen waarom de werkwijzen soms zo uit elkaar gaan. Als ik bijvoorbeeld zie dat een jongere ontregelt, dan denk ik vanuit mijn psychiatrische blik: ik moet goed aansluiten bij de jongere, we moeten samen proberen in het contact iets te gaan doen. Maar hier zeggen ze vanuit de pedagogiek: nee, die jongen moet eerst rustig worden, dus we gaan hem apart zetten. Pas als hij helemaal rustig is, gaan we in gesprek.”

Ja, dat botst vaak, maar dat is niet iets negatiefs, zegt Rint. “Ik leer ervan, zoals dat ik soms op mijn handen moet gaan zitten, er niet te snel iets van te vinden, maar me beter kan blijven verwonderen en doorvragen op het waarom. Als er dan een opening ontstaat, dan deel ik mijn gedachten over hoe het misschien ook kan. En doordat ik daar sta, ook als het crisis is, verwerf ik tegelijk een soort positie van waaruit ik iets mag zeggen.”

"Ik leer ervan, zoals dat ik soms op mijn handen moet gaan zitten, er niet te snel iets van te vinden, maar me beter kan blijven verwonderen en doorvragen op het waarom" - Rint de Jong

Wraakgevoelens
Maar het blijft het een kwestie van balanceren tussen die twee verschillende zienswijzen, alleen al omdat vaak de veiligheid van anderen of de jongere zelf in het geding komt. Tijs: “Het is echt complex. Als je vrijheidsbeperkende maatregelen toepast, zoals langdurig vasthouden of isoleren, is dat traumatisch. Dus vanuit de ggz zeg je: nou, dat moeten we niet doen. Maar als er op de groep een jongere met een mes in zijn hand tegenover je staat en zegt dat hij iedereen neersteekt die op hem afkomt, heeft een pedagogisch medewerker niet altijd een andere keuze dan het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen.”

Dat het in zo’n crisissituatie toch tot een effectieve samenwerking kan komen, ervaarde Rint onlangs nog. Een jongen die in een extra beveiligde ruimte werd geplaatst, raakte daar juist verder ontregeld. Vanuit psychiatrisch perspectief hield de aanpak hem vast in de stress, terwijl vanuit pedagogisch oogpunt moest worden vastgehouden aan veiligheidsregels. In overleg met Rint kreeg hij zijn telefoon terug en mocht hij naar een lege leefruimte, waardoor hij zijn emoties kon reguleren. Zo ontstond een opening. “Hij vertelde huilend over zijn niet te stoppen wraakgevoelens naar het team. Uiteindelijk voerde hij een herstelgesprek met de medewerker bij wie de escalatie ontstond. Ik vond het een mooi samenspel tussen het psychiatrisch en het pedagogisch beeld.”

Samen opleiden
De samenwerking tussen de ggz en ‘t Anker blijft niet bij de detachering van Rint en het aannemen van Tijs. Jeugd-ggz-instelling Karakter gaat samen met de jeugdzorglocatie nieuwe professionals opleiden. Studenten van de interne ggz-opleiding krijgen de mogelijkheid om binnen ‘t Anker stage te lopen. “Die zullen deels met mij, deels met Rint en deels met de groep meelopen, omdat ze het allemaal wel moeten snappen", zegt Tijs. Daarnaast gaan ze personeel uitwisselen. Het personeel dat bij ‘t Anker op de maatwerkgroep werkt, gaat diensten draaien op de crisiskliniek van Karakter. En andersom.

Jeugdgevangenis
De vraag is: hoe verder nu iHub zich terugtrekt uit Harreveld? Daarover lopen momenteel nog gesprekken. De Dienst Justitiële Jeugdinrichtingen onderzoekt of ‘t Anker in gebruik kan worden genomen als jeugdgevangenis, zoals tot 2008 ook het geval was. Maar het sluiten van de JeugdzorgPlus, waarvan ‘t Anker het spits afbijt, is een ander verhaal. Tijs en Rint vrezen dat daarmee een deel van de jongeren met zeer complexe problematiek niet de behandeling krijgt die ze nodig hebben. Dat heeft gevolgen voor de jongeren zelf, maar ook voor de maatschappij.

“Die hele beleidsverschuiving naar zo dicht mogelijk bij huis, in de regio, is voor een deel van die jongeren niet goed" - Tijs Jambroes

“Die hele beleidsverschuiving naar zo dicht mogelijk bij huis, in de regio, is voor een deel van die jongeren niet goed", zegt Tijs. “Deze jongeren kunnen nergens terecht. Die komen zonder een instelling als deze op een plek waar onvoldoende zorg en veiligheid geboden kan worden, of ze komen weer thuis te wonen, met alle risico’s van dien. Ook kunnen jongeren op straat belanden omdat ze zich aan alle zorg en toezicht onttrekken. En dan is er nog een klein deel dat een einde aan het leven maakt, of dit probeert. Ik wil niet zeggen dat een opname dat altijd voorkomt, maar als we jongeren slechte zorg leveren, dan is het risico daarop groter.”

Lef hebben

Daarom hoopt Rint dat de overgang naar een mogelijke nieuwe partner als opvolger van iHub wordt benut als kans om échte samenwerking tussen de jeugd-ggz en de jeugdzorg te consolideren. “Als het op de klassieke manier gaat, waarbij alle overnamepartners doen wat ze gewend zijn, dan is er straks niks veranderd, hooguit van kleur verschoten. Ik zou het veel interessanter vinden als we niet meer categorisch denken over deze jongeren, maar dat je het kind centraal stelt en van daaruit de zorg breder gaat inrichten. Dat zou voor mij echt vernieuwend zijn. Ik hoop dat we het lef hebben om dat te ontwikkelen met elkaar.”