Bij iHub geloven we in de kracht van onze mensen. Van de dagelijkse praktijk tot diepgaand onderzoek, onze experts hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. In de serie 'Ontwikkeld in eigen keuken' zetten we deze vakkennis in de schijnwerpers en laten we zien dat het bij iHub borrelt van de ideeën, en hoe deze binnen onze organisatie de ruimte krijgen om te groeien tot innovatieve methodieken.
Met veel structuur en begeleiding van één of twee vaste leerkrachten is het leven op de basisschool nog overzichtelijk. Maar op de middelbare school ziet die wereld er ineens heel anders uit. Ineens heb je verschillende docenten, moet je ieder uur naar een ander lokaal met allemaal nieuwe klasgenoten en wordt er van je verwacht dat je zelf je planning bijhoudt. Voor kinderen die moeite hebben met veranderingen of sociale interactie, kan die overgang grote gevolgen hebben.
"Dan zie je kinderen die niet meer naar school durven. Die bang worden. Die vastlopen", zegt Esther Bax, gedragswetenschapper bij het Aanmeldbureau Onderwijs van iHub. "Wat dan vaak gebeurt, is dat deze kinderen afstromen in niveau of dat hun algehele welbevinden achteruitgaat."
Van Engelse methode naar Nederlandse aanpak
De vraag hoe onderwijsprofessionals deze kwetsbare leerlingen beter kunnen ondersteunen bij de overstap naar de middelbare school hield Chris Kuiper, als onderzoeker verbonden aan iHub, al langer bezig. Dus toen hij in 2013 tijdens een internationaal congres in Rotterdam hoorde over een Engelse methode voor leerlingen met autisme, ging er meteen een belletje rinkelen.
"Anders dan veel bestaande aanpakken was deze methode wetenschappelijk onderzocht", vertelt hij. "Ik dacht: dit is nou eigenlijk wat we zoeken voor het onderwijs in Nederland." Het vormde de start van MOVING, een onderzoeksproject waarin de Engelse aanpak werd aangepast aan de Nederlandse onderwijspraktijk.
Dat was bepaald geen kwestie van alleen maar vertalen, zegt Bax, die naast haar baan bij iHub binnen MOVING promotieonderzoek doet naar de ondersteuning van leerlingen tijdens de overgang naar het voortgezet onderwijs. "Je kunt zo'n methode niet één op één overnemen. We hebben samen met ouders, leerkrachten en andere professionals gekeken welke onderdelen bruikbaar waren en welke aanpassing vroegen. Dat noemen we bewust hertalen."
Soms ging het om praktische verschillen; de oorspronkelijke methode verwees naar situaties die op Nederlandse scholen niet voorkomen, zoals de warme lunch die op veel Engelse scholen wordt uitgedeeld. Andere aanpassingen gingen verder. Zo wordt in de Nederlandse versie niet alleen gekeken naar wat leerlingen moeilijk vinden, maar ook naar hun talenten en sterke kanten. De hertaalde methode kreeg uiteindelijk de naam STAP, wat staat voor School Transitie Afstemmingsprogramma.
Voor dat ontwikkelwerk zaten de onderzoekers niet achter een bureau, maar haalden ze jarenlang ervaringen uit de praktijk. "Het is begonnen met heel veel praten, praten en nog eens praten", blikt Kuiper terug. Scholen, ouders en professionals dachten op die manier actief mee over de inhoud van de methode. Concepten werden voorgelegd, besproken en aangepast op basis van hun ervaringen. Op verzoek van docenten kwamen er nieuwe onderdelen bij, bijvoorbeeld over het gebruik van sociale media binnen de schoolcontext. "Het moet geen mooi boekje zijn dat in een kast verdwijnt", zegt Bax. "Het moet iets zijn waar leerkrachten echt mee kunnen werken."
"Het moet geen mooi boekje zijn dat in een kast verdwijnt. Het moet iets zijn waar leerkrachten echt mee kunnen werken." - Esther Bax
Samen optrekken rond de overstap
In de kern draait het bij STAP om samenwerking. Al vóór de overstap naar een middelbare school gaan de leerling, ouders, huidige en toekomstige school met elkaar in gesprek. Welke ondersteuning heeft een leerling nodig? Welke afspraken kunnen helpen? En wie doet wat? Die informatie wordt vastgelegd in een persoonlijk transitieprofiel dat als leidraad dient tijdens de overgang naar de nieuwe school. Een zogeheten STAP-coach zorgt ervoor dat alle betrokkenen met elkaar verbonden blijven tijdens de overstap.
Nadat een leerling is gestart in het voortgezet onderwijs, blijven alle betrokkenen met elkaar in contact. "Het belangrijkste is eigenlijk dat er een traject ontstaat", zegt Bax. "Dat je niet alleen informatie overdraagt, maar samen blijft kijken wat een leerling nodig heeft." Door regelmatig te bespreken hoe het gaat, kunnen afspraken worden aangepast als dat nodig blijkt.
Breder dan autisme
Hoewel de methode haar oorsprong vindt in onderzoek naar leerlingen met autisme, bleek tijdens de ontwikkeling in Nederland dat die veel breder toepasbaar is. Veel leerlingen lopen immers tegen vergelijkbare uitdagingen aan wanneer zij een grote verandering doormaken. "STAP is bewust niet gericht op autisme", zegt Bax. "Het gaat om de ondersteuningsbehoefte, niet om een diagnose."
Dat maakt STAP meer dan een op zichzelf staande methode. De aanpak past in de beweging richting inclusiever onderwijs, waarin scholen beter leren aansluiten bij de behoeften van verschillende leerlingen. "Hiermee versterk je inclusiviteit in het onderwijs", zegt Kuiper. "Door leerlingen op tijd te ondersteunen, vergroot je de kans dat zij succesvol kunnen blijven deelnemen aan het onderwijs dat bij hen past, in plaats van dat zij vastlopen of moeten uitstromen naar een andere onderwijssetting."
Chris Kuiper & Esther BaxOnderzoek loopt door
Hoewel STAP inmiddels op verschillende plekken wordt toegepast, is het onderzoek naar de effecten van de aanpak nog niet afgerond. De onderzoekers hopen de resultaten komend schooljaar te kunnen publiceren. Tot die tijd blijft voorzichtigheid geboden, zegt Kuiper, die Bax als promotor begeleidt. Wel kan hij vast zeggen dat hij één terugkerend thema ziet. "De meeste klachten in zorg en onderwijs gaan over communicatie. Over het horen en gehoord worden." Zijn devies luidt dan ook: "Praat niet over iemand zonder iemand."
Wat er na afronding van het onderzoek precies met STAP gebeurt, staat nog niet vast. Volgens Kuiper zal de methode als afzonderlijk programma op termijn mogelijk naar de achtergrond verdwijnen, maar blijven de inzichten die binnen MOVING zijn ontwikkeld wel doorwerken in nieuwe onderzoeken en onderwijspraktijken. En als het onderzoek van Bax straks aantoont dat STAP effectief is? "Dan verwacht ik dat de publicatie van die resultaten weer extra belangstelling voor STAP oplevert", zegt hij. "Omdat het dan ineens een bewezen methode is."
"De meeste klachten in zorg en onderwijs gaan over communicatie. Over het horen en gehoord worden. Dus praat niet over iemand zonder iemand" - Chris Kuiper
De kennis die binnen MOVING is ontwikkeld, is nu al vrij beschikbaar. De materialen zijn openbaar gepubliceerd en kunnen door iedereen worden gedownload en gebruikt. Dat is volgens Kuiper niet meer dan logisch. "Het is publiek geld", zegt hij. "Dan moet wat je ontwikkelt ook toegankelijk zijn voor iedereen."