Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Ambulant werken bij Antonius vereist samenwerking, commitment en lef

“Ambulant werken deden we altijd al,” zegt locatiemanager Danial Sharifi. “Maar wat we nu doen, is echt iets anders. Vroeger was er af en toe contact, een paar uur per week. Nu gaat het om intensieve ondersteuning en aanwezigheid in het gezin, vanuit verschillende perspectieven.”

Volgens Danial was die verandering nodig. “Je zag dat jongeren te lang in de zorg zaten en van plek naar plek gingen. Daarom zijn we op zoek gegaan naar alternatieven om zorg effectiever en kortdurender in te zetten.” Daaruit ontstond een ambulant team dat optreedt als tijdelijke interventie dicht bij een gezin. “Het doel is dat ouders en jongeren weer zelf verder kunnen en de regie terugkrijgen over hun eigen situatie.”

Deze ontwikkeling bij Antonius staat niet op zichzelf. Landelijk wordt gewerkt aan de afbouw van gesloten jeugdzorg, met als doel nul plaatsingen in 2030. Dat vraagt om nieuwe vormen van ondersteuning voor jongeren met complexe problematiek. Eén van de richtingen is ambulantisering.

Verder uitbreiden

Op de locatie in Castricum werden het afgelopen jaar ongeveer dertig jongeren thuis begeleid met een traject waarmee een gesloten plaatsing kon worden voorkomen. Daarnaast wordt ambulante ondersteuning ingezet om een verblijf te verkorten en de terugkeer naar huis te begeleiden. De ambitie is om deze aanpak verder uit te breiden.

Het uitgangspunt is duidelijk, zegt regiebehandelaar Merel Punt. “Een jongere leeft niet in een behandelgroep, maar thuis, op school en in zijn omgeving. Als je daar niets verandert, komen de problemen terug.” Het verschilt per gezin waar je begint, zegt ze. “Dat is maatwerk, zoals alles bij deze manier van werken. Soms werk je eerst met ouders die niet op één lijn zitten. In andere gevallen bouw je juist eerst een relatie op met de jongere.”

Samen werken rond het gezin

De ondersteuning die nodig is om ambulant werken te laten slagen, richt zich op het hele systeem rond een jongere: het gezin, school, dagbesteding, andere hulpverleners en het sociale netwerk. “Wij doen mee in het systeem”, zegt Danial. “Dat betekent dat we nauw samenwerken met andere betrokken partijen en samen verantwoordelijkheid dragen. Daardoor durven verwijzers en andere professionals het ook langer aan en wordt er minder snel opgeschaald.”

Wij doen mee in het systeem. Dat betekent dat we nauw samenwerken met andere betrokken partijen en samen verantwoordelijkheid dragen.

Eerst begrijpen, dan handelen

Om te voorkomen dat hulp zich blijft richten op incidenten, is het uitgangspunt dat het ambulante traject start nadat er een verklarende analyse is gemaakt over patronen binnen het gezin. Wat speelt er werkelijk? Welke patronen herhalen zich? En waar liggen de krachten?

“We proberen een goed beeld te krijgen van de situatie en van de patronen die zich al jaren herhalen,” zegt Danial. “Als je die patronen vindt, dan ga je daaraan sleutelen. Dan ben je niet bezig met brandjes blussen.” Dat is nodig om te voorkomen dat jongeren straks weer vastlopen. “Als je blind instapt, kun je over drie of vier maanden weer stoppen. Dan heb je het probleem niet echt aangepakt.”

Bij de analyse wordt daarom bewust gezocht naar wat wél werkt. “Als je goed onderzoek doet, kom je ook andere krachten en mogelijkheden tegen. Uiteindelijk kun je een gezin alleen helpen als je de energie en de positieve factoren weet te vinden.”

Risico’s durven dragen

Ambulantisering betekent ook dat professionals met onzekerheid te maken krijgen. Waar een gesloten setting overzicht biedt, vraagt ondersteuning thuis om het dragen van risico’s en het kunnen verdragen van spanning. Maar die verantwoordelijkheid dragen medewerkers niet alleen, zegt Merel, gevraagd naar de zorgen die dat wellicht met zich meebrengt. “Daarom komen we wekelijks met het team bij elkaar om situaties te bespreken en samen af te wegen wat verantwoord is.”

Die risico’s zijn concreet, zegt ze. “Je hebt te maken met weglopen, middelengebruik of agressie thuis. Dan kijken we: zit er een patroon in? Waarom gebeurt het steeds op een bepaald moment? Wat heeft dit gezin nodig om het anders aan te kunnen?”

Werken vanuit vertrouwen

Om die risico’s te kunnen dragen, is vertrouwen nodig. “Als je eenmaal in contact bent en die commitment met elkaar hebt, dan ga je er samen voor,” zegt Danial. “Wat je niet wilt, is dat een jongere steeds het gevoel heeft: als het misgaat, ga je gesloten. Je moet onvoorwaardelijk naast iemand staan.”

Een duurzame factor in de integrale aanpak is het eigen netwerk van een gezin: betrokken buren, ooms, tantes, vrienden of grootouders. “Hulpverlening is altijd tijdelijk,” zegt Merel. “Maar het netwerk blijft. Soms helpt het al als iemand langskomt, een gesprek voert of een jongere even laat logeren.”

Wat het oplevert

Danial noemt het ambulante werk “de Champions League” van de jeugdzorg. “Je sluit aan in een van de meest kwetsbare fases van iemands leven. Het vergt lef en een goede match tussen medewerker en gezin.” Merel herkent dat. “Je bent vaak alleen bij een gezin. Daardoor ben je zelf je belangrijkste instrument en moet je steeds kijken wat er per situatie werkt.”

In de praktijk is het effect van de nieuwe aanpak al merkbaar. “Je ziet dat ouders het weer meer zelf gaan doen. Waar vroeger snel werd gebeld omdat het thuis escaleerde, kijken we nu hoe je kunt verdragen en vertragen en wat een gezin zelf kan dragen.”