Bij iHub geloven we in de kracht van onze mensen. Van de dagelijkse praktijk tot diepgaand onderzoek, onze experts hebben een schat aan kennis en ervaring in huis. In de serie 'Ontwikkeld in eigen keuken' zetten we deze vakkennis in de schijnwerpers en laten we zien dat het bij iHub borrelt van de ideeën, en hoe deze binnen onze organisatie de ruimte krijgen om te groeien tot innovatieve methodieken.
Toen Sanne Pronk in 2010 na haar studie orthopedagogiek aan de slag ging bij Altra, waren onderwijs en zorg voor haar nog twee gescheiden werelden. “Ik wist eigenlijk heel weinig van het onderwijs”, vertelt ze. Dat veranderde toen ze een jaar later betrokken raakte bij de ontwikkeling van de Amsterdamse voorziening School2Care, waar die twee domeinen vanaf 2011 werden samengebracht. Ze hielp de aanpak methodisch beschrijven en later ook onderzoeken. Dat groeide uit tot haar promotieonderzoek ‘Schools that Care’ aan de Universiteit van Amsterdam.
Sanne PronkSchool2Care ontstond vanuit de behoefte om jongeren beter te ondersteunen die op meerdere leefgebieden tegelijk vastliepen en dreigden uit te vallen op school of in gesloten jeugdzorg terecht te komen. Losse trajecten vanuit onderwijs en hulpverlening bleken voor deze groep onvoldoende, omdat problemen thuis en op school vaak nauw met elkaar samenhangen. Het idee was daarom om onderwijs en zorg samen te brengen in één integraal programma. “De behandeling van jongeren vindt dus niet plaats bij de ggz, maar is gewoon dagelijks aanwezig op school, in alles wat er gebeurt”, aldus Pronk, die in 2023 overstapte van iHub naar de Academische Werkplaats Risicojeugd.
Daarnaast werken zorg- en onderwijsprofessionals samen in één team, waarbij beide vakgebieden elkaar versterken. “De kracht van docenten is vaak dat zij heel goed doelgericht met jongeren kunnen werken en bezig zijn met hun toekomstperspectief. Terwijl hulpverleners juist weer heel goed achter het gedrag kunnen kijken: wat maakt dat jij uit deze les bent gevallen en wat heb jij nodig om de volgende les goed te functioneren? Als je dat combineert, heb je de meerwaarde van beiden.”
Omdat samenwerking tussen onderwijs en hulpverlening vanuit een gedeelde visie nog nauwelijks bestond, draaiden die eerste jaren met School2Care om pionieren. Dat betekende vooral investeren in een aanpak waarvan het effect nog niet vaststond. “Als je iets vernieuwends neerzet, loop je er altijd tegenaan dat de omgeving daaraan moet wennen”, vertelt ze. “Je moet het vertrouwen krijgen dat je vanuit een nieuwe werkwijze en een nieuwe visie het goede aan het doen bent, terwijl je nog niet zeker weet of dat ook het goede is. Je draagt daarin met elkaar, ook als financiers en opdrachtgevers, eigenlijk een bepaald risico.”
Daarom vond Pronk het belangrijk dat ze parallel aan de ontwikkeling van School2Care onderzoek kon doen. “We hadden een programma waar veel mensen in geloofden en dat goed was uitgewerkt op papier, maar werkt het ook echt? Daarom ben ik jongeren gaan volgen en gingen we structureel kijken: voor wie werkt het wel en voor wie niet? En wat kunnen we daarvan leren om het programma door te ontwikkelen?”
Uit het zes jaar durende promotieonderzoek naar School2Care bleek onder meer dat ongeveer twee derde van de jongeren niet in gesloten jeugdzorg terechtkwam en ook niet uitviel op school. Vooral de relatie tussen jongeren en hun coach bleek belangrijk. “De kwaliteit van die relatie bleek erg bepalend voor de uitkomst”, vertelt ze. “Dat is ook iets wat we uit andere onderzoeken weten: de relatie met een belangrijke ander is super belangrijk.”
Het onderzoek leidde ook tot nieuwe inzichten over de grenzen van de aanpak. Zo bleek dat jongeren met complexe problemen thuis een grotere kans hadden om alsnog in zwaardere jeugdzorg terecht te komen. “Dan ga je met elkaar kijken: oké, wat betekent dat en wat doen we eigenlijk in die gezinnen? Toen kwamen we erachter dat die coach toch vooral gericht was op de ouder in relatie tot het kind, maar niet op de psychische problematiek die ouders zelf hebben of de armoede waarin ze leven. Toen is in de doorontwikkeling ontstaan dat je veel meer moet samenwerken met intensieve gezinstherapie. Dus dat is een voorbeeld van hoe je doordat je onderzoek doet, samen die interventie doorontwikkelt.”
Mede dankzij dat jarenlang onderzoeken en verbeteren kreeg School2Care vorig jaar van het Nederlands Jeugdinstituut de erkenning ‘effectief volgens eerste aanwijzingen’. Voor Pronk is die erkenning waardevol, maar niet het belangrijkste.
“Wat ik misschien nog wel belangrijker vind dan zo’n label, is dat het laat zien hoe waardevol het is om onderzoek en praktijk langdurig met elkaar te verbinden. Dat je structureel onderzoek koppelt aan een interventie en als team bereid bent om steeds te blijven leren. Bijvoorbeeld als het gaat om die eenderde die uitvalt. Dat we steeds bereid waren om die onder de loep te nemen, met echt onderzoeksgegevens van: wie zijn die jongeren en wat hebben wij dan te doen om die interventie te verbeteren? Daar ben ik eigenlijk het meest trots op.”
Inmiddels heeft School2Care navolging gekregen buiten Amsterdam. Er zijn nu ook locaties in Voorburg en Den Haag en ambulante varianten in onder meer Rijnmond. Daarnaast bouwen bredere onderwijszorgvormen binnen iHub, zoals OnderwijsPlus, voort op hetzelfde gedachtegoed: jongeren zoveel mogelijk in hun eigen omgeving houden, met onderwijs en zorg die niet langs elkaar heen werken, maar samen optrekken rond één plan.
Toch ziet Pronk dat er nog veel te winnen valt in de samenwerking tussen onderwijs en hulpverlening. “Zelf vind ik dat we vanuit de hulpverlening onderwijs nog veel centraler mogen stellen en de waarde daarvan beter mogen inzien. Onderwijs is een middel voor jongeren om aan hun toekomst te werken. Het biedt perspectief. Hulpverlening zou daarin veel meer ondersteunend moeten zijn aan het onderwijsperspectief van een kind”, zegt ze. “Dat is echt niet vanzelfsprekend. En dat was het bij mij denk ik ook niet. Maar als je eenmaal die bril op hebt gezet, dan kan je ook niet meer anders kijken.”