Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

‘Je maakt het niet erger door te vragen naar suïcidaliteit’

Ellen Raijer is leerkracht op de Gelinck School in Spijkenisse én moeder van de 26-jarige Jonneke, die in haar tienerjaren met een eetstoornis, een depressie en suïcidale gedachten kampte. In een dubbelinterview blikken ze samen terug. Wat kunnen ouders en professionals doen als het niet goed gaat met een jongere?

De problemen begonnen rond de overgang van de basisschool naar de middelbare school. “Ik was onzeker, perfectionistisch en wilde er heel graag bij horen,” vertelt Jonneke. “Ik was continu bezig mezelf te vergelijken met anderen. Op een gegeven moment ging ik me anders voordoen dan ik was. Daardoor raakte ik mezelf een beetje kwijt.”

Het kostte haar steeds meer energie om elke dag een rol te spelen. Ze werd somber en sloot zich thuis steeds meer af. “Ik trok een muur op. Dat uitte zich in irritatie en boosheid richting mijn ouders, maar daar zat veel verdriet achter.”

Rond haar dertiende ontwikkelde Jonneke een eetstoornis. Die bleef jarenlang op de voorgrond, terwijl er op de achtergrond een depressie sluimerde. “De eetstoornis gaf me controle en zorgde ervoor dat ik me minder rot hoefde te voelen. Daardoor voelde het lange tijd niet als een probleem.”

Omdat ze er niet met haar familie en vrienden over durfde te praten, zocht ze steun op sociale media. “Ik maakte een anoniem Twitter-account aan en vond daar mensen die zich net zo voelden als ik. Dat gaf herkenning.” Maar al snel belandde ze in een ongezonde bubbel. “Niemand post daar iets over hoe goed het gaat. Dus je opent je telefoon als je ‘s ochtends wakker wordt en je zit gelijk weer in die negatieve space.”

In de eetstoornis-community was de teneur nog extremer. “Mensen postten hun gewicht, wat ze aten en hoe erg ze zichzelf haatten. Er waren zelfs wedstrijden wie het snelst kon afvallen. Dat was echt een schadelijke omgeving.” Intussen ontwikkelde ze suïcidale gedachten. “Alleen op Twitter postte ik daar echt dagelijks over. Maar in mijn echte omgeving wist niemand dat.”

Op haar zestiende werd bij Jonneke de diagnose boulimia vastgesteld. “Dat stond heel ver van ons af,” vertelt Ellen. “We kenden het niet. Ze was altijd al een lastige eter geweest, dus daar zochten we niet meteen iets achter.” Bovendien voldeed ze niet aan het stereotype beeld van een eetstoornis. “Je denkt aan iemand die extreem mager is. Zij zag er voor haar bouw wel licht uit, maar niet zo dat je dacht: dit is ernstig.” Dat haar dochter het leven niet meer zag zitten, wist ze toen nog niet.

Het keerpunt was een groepssessie, als onderdeel van haar eetstoornisbehandeling. “Het thema van het gesprek was suïcidaliteit", vertelt Jonneke. “Er werd letterlijk aan de groep gevraagd: wie denkt wel eens dat het beter zou zijn als je er niet meer bent? Ik zei niets, maar de psycholoog zag dat er iets niet klopte. Toen heeft ze het me rechtstreeks gevraagd. Ik gaf eerlijk antwoord en zei ook dat ik al een datum had geprikt.” Die datum was 1 december 2016: voor de feestdagen, waar ze vanwege de druk op eten en gezelligheid als een berg tegenop zag.

Omdat haar behandelaren dit niet konden verzwijgen, stelden ze voor dat ze het haar ouders zou vertellen tijdens een systeemtherapiesessie. Ellen herinnert zich nog precies hoe dat ging: “De therapeut zei dat jij ons iets moest vertellen.” Jonneke: “Eigenlijk best knap van mij, dat ik dat zelf heb gezegd.”

Voor haar ouders kwam het bericht aan als een mokerslag. Ellen: “In al die jaren is dat voor ons het moeilijkste moment geweest. Want dat was zo concreet. Ik kon het gewoon niet geloven. Ik was helemaal de kluts kwijt. Ik heb zoveel tranen vergoten. Maar bovenal was het voor ons een heel duidelijk alarmsignaal. Eindelijk zagen we in hoe ernstig het was.”

Na die schok veranderden zij en haar man van houding. “We zijn naast onze dochter gaan staan in plaats van tegenover haar,” zegt Ellen. “Niet meer: ruim je kamer op of ga naar school. Maar: wat heb je nodig en hoe kunnen we je helpen?”

Ook moest het gezin leren om te praten over gevoelens. “Eerder deden we dat nauwelijks. Dat was in het begin heel oncomfortabel en hard werken,” zegt Jonneke. “Maar het hielp enorm dat mijn ouders minder gingen oordelen. Als je depressief bent, oordeel je al hard genoeg over jezelf.” De steun bleek een belangrijke basis voor herstel.

Rond haar twintigste volgde de echte doorbraak in een kliniek in Kaapstad, na verschillende behandelingen en opnames in Nederland. “In Nederland ging het vooral over eten. Maar in Kaapstad lag de focus op emoties en emotieregulatie. Want een eetstoornis gaat eigenlijk nooit over eten”, aldus Jonneke. Ze pakte haar depressie aan en kon daardoor ook werken aan het herstel van haar eetstoornis.

De les die moeder en dochter ouders en professionals op het hart willen drukken: blijf het gesprek aangaan. “Mijn man en ik durfden bepaalde dingen niet te vragen,” zegt Ellen. “Achteraf zou ik zeggen: doe dat wel. En laat je niet afpoeieren.”

Jonneke vult haar aan: “Je maakt het niet erger door te vragen naar suïcidaliteit. Het kan juist het begin zijn van een gesprek.” Maar het is eigenlijk nog simpeler, zegt ze. “Begin gewoon met oprechte aandacht. Kinderen hebben het nodig om gezien te worden. Gewoon zonder oordeel vragen: hoe gaat het eigenlijk met je? En echt luisteren naar het antwoord.”

Een factor die volgens haar wordt onderschat wanneer het gaat om de aanpak van mentale problemen bij jongeren, is de invloed van social media. “Het had mij geholpen als iemand had gevraagd wat ik online deed. Als je therapie krijgt maar jezelf via social media weer onderuit haalt, is dat eigenlijk water naar zee dragen.” Om meer bekendheid aan dit onderwerp te geven, schreef ze hierover het onlangs verschenen e-book De Afgrond.

Na haar herstel koos Jonneke expres voor een studie die niets met zorg en hulpverlening te maken heeft: belastingrecht. “Ik dacht, ik ben acht jaar van mijn leven met dit thema bezig geweest, en nu wil ik gewoon normaal zijn. Dus nam ik er zoveel mogelijk afstand van. Maar op de seconde dat ik mijn diploma had, dacht ik bij mezelf: wat ben ik aan het doen? Ineens voelde ik de behoefte om iets met mijn kennis en ervaring te doen. Misschien ben ik wel niet normaal, omdat ik nou eenmaal het een en ander heb meegemaakt. Maar dan wil ik daar heel graag andere mensen mee helpen.”

Ze ging als ervaringsdeskundige aan de slag in de GGZ, waar ze zich het liefst inzet voor jongeren. “Dat is heel bijzonder, want je ziet eigenlijk jezelf zitten,” vertelt ze. “Ik voelde me vroeger vaak onbegrepen. Over mijn psycholoog dacht ik: je bent een vrouw van 35, jij weet helemaal niet waar ik doorheen ga. Tegen een jongere kan ik zeggen dat ik precies begrijp hoe het voelt, omdat ik er zelf nog niet zo lang geleden zo bij zat. En dat geeft hoop: dat je niet de enige bent, en dat het ook weer beter kan worden.”

Wil je meer inzicht in de online wereld van jongeren en hoe je hierover het gesprek kunt voeren? Het e-book ‘De Afgrond’ van Jonneke helpt professionals die met jongeren werken om:

• Te begrijpen wat jongeren online delen over suïcidale gedachten en herstel
• In te zien welke dynamieken spelen in online communicatie
• Handvatten te vinden om hierover het gesprek aan te gaan
• Een belangrijk deel van de leefwereld van jongeren mee te nemen in jouw begeleiding

Download het e-book hier

Heb je zelf suïcidale gedachten of maak je je zorgen om iemand? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-0113 of ga naar https://www.113.nl voor chat en hulp. De hulplijn is 24/7 bereikbaar.