Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Gebundelde krachten bij OnderwijsPlus - deel 2

Sinds de sluiting van het grootschalige Amsterdamse JeugdzorgPlus-centrum De Koppeling in 2022, wonen de jongeren in kleine leefgemeenschappen in Amsterdam en Duivendrecht. Bovendien gaan ze al bijna twee jaar naar school buiten de geslotenheid van een instelling. Zorgcoördinator Esther van Elten van iHub OnderwijsPlus en Manon Bannink, behandelcoördinator bij jeugdhulpinstantie Levvel, bundelen hun krachten om dat voor elkaar te krijgen. Hoe gaat het nu? En waar liggen de uitdagingen?

Eens in de twee weken komen zorgcoördinator Esther van Elten van iHub OnderwijsPlus en behandelcoördinator Manon Bannink van Levvel bij elkaar om te praten over de leerlingen die ze samen onder hun hoede hebben. Het sleutelwoord van die gesprekken: afstemming. “Wat werkt er goed op de behandelgroep? En wat werkt op school goed? Samen stemmen wij de aanpak zo veel mogelijk op elkaar af. Het is de kunst om dat vervolgens over te dragen aan ons team, zowel op de groep als hier op school”, legt Esther uit.

'De rol van de begeleiders is als die van de ouders. Bij regulier onderwijs heb je ook contact met de ouders, dan hoor je het ook als dingen niet goed gaan, of juist wel.'

Duidelijkheid

Die gezamenlijke aanpak vanuit zorg en onderwijs levert de jongeren veel op. “Als je twee verschillende dingen uitdraagt, wordt het heel ingewikkeld voor ze. Stel je voor dat we op de groep zeggen dat je niet meer naar school mag als je te laat bent, terwijl ze op school zeggen dat het prima is wanneer je wat later komt. Dat is verwarrend. Het geeft ze meer duidelijkheid, en dus veiligheid, als de bejegening op de behandellocatie hetzelfde is als op school”, zegt Manon.

Bij de 25 tot 30 jongeren die bij OnderwijsPlus naar school gaan, is veelal sprake van trauma- en hechtingsproblematiek. En omdat ieder kind een ander verhaal heeft, draait de integrale samenwerking tussen Esther en Manon altijd om maatwerk. “Sommige leerlingen kunnen een vol lesrooster helemaal niet aan”, zegt Esther. “Samen spreken we af wat we van ieder kind mogen verwachten. Bij de één zijn we blij met twee keer een uurtje per week, terwijl we een ander erop aanspreken als die het laatste uur al weg was.”

Verschillende visies

Maar tussen zorg- en onderwijsprofessionals verschillen de meningen nog wel eens over wat je van een jongere mag verwachten. Dat komt doordat de onderwijsvisie niet altijd aansluit op de zorgvisie. “Een school moet een jongere voorbereiden op het onderwijs na OnderwijsPlus”, zegt Manon, die verantwoordelijk is voor de zorg bij de behandelgroep PinQ, waar momenteel alleen meiden wonen. “Die taak is gericht op bepaalde regels. Wat er bij ons op de groep allemaal wel en niet kan, is echt wel anders dan op school. Als een pedagogisch medewerker bijvoorbeeld zegt dat we blij moeten zijn dat een leerling vandaag op school is aangekomen, kan de school dat anders zien omdat ze straks op het vervolgonderwijs ook niet te laat mag komen.”

Dit is een van de redenen waarom samenwerking tussen Esther en Manon nooit 'klaar' is, noch honderd procent vooruit te plannen. “Daarom is het ook een uitdaging om flexibel te blijven”, merkt Manon op. “We kunnen alle overleggen wel netjes in onze agenda’s zetten, maar soms moet je daar van afwijken." Er gebeurt nog wel eens iets onverwachts op locatie. Dan moet Esther of ik er tijdens een overleg heel even uit om te bemiddelen. Dat hoort bij het dagelijks reilen en zeilen. Het loopt niet altijd zoals je plant, toch?”

Esther knikt. Zo was er in de nacht voorafgaand aan het interview met Esther en Manon nog een jongen die pas in de kleine uurtjes was binnengekomen op de behandelgroep. Dat vraagt direct om afstemming tussen het team van de zorg en dat van de school, zodat docenten op de hoogte zijn. “Misschien gaat hij hier wel uit zijn plaat. Als wij niet weten wat er op de groep gebeurd is, kunnen wij zijn moeilijke gedrag op school niet verklaren en weten we niet wat we moeten doen. Dan ben je eigenlijk alleen maar aan het gissen. Zo’n jongen gaat niet uit zichzelf aan jou vertellen dat hij op straat heeft gehangen of drugs heeft gebruikt.”

De rol van de ouders

Dit illustreert het belang van goede samenwerking. Esther: “Deze leerlingen hebben vaak al heel lang geen onderwijs gehad, of ze hebben al veel verschillende scholen gehad. Daar speelt heel veel hechtingsproblematiek. Ik heb dan wel een zorgachtergrond, maar de docenten niet. Je moet de rol van de begeleiders van Levvel eigenlijk zien als die van de ouders. Bij regulier onderwijs heb je ook gewoon contact met de ouders, dan hoor je het ook als dingen niet goed gaan, of juist wel.”

Dat laatste, wanneer jongeren succeservaringen opdoen, geeft veel voldoening, zegt Manon. Dat ervaart ze iedere keer als er een leerling uitstroomt naar de stamschool of een vervolgopleiding. Maar ook als het maatwerk zijn vruchten afwerpt. “Vorig jaar hadden we bijvoorbeeld een leerling die OnderwijsPlus volgde, maar heel graag examen wilde doen op haar stamschool. Dat is een heel mooi voorbeeld van een situatie waarin iedereen alles op alles heeft gezet om die leerling een kans te geven. En dat is gelukt, want uiteindelijk haalde ze haar examen. Daar word ik blij van!”

Meer weten over OnderwijsPlus? Je vindt meer informatie op onze scholenwebsite.